carton 10

DanielTomberg, Gouda, 1655

De Goudse glasschilder Daniel Tomberg geldt als de maker van het carton van glas 10. De kerk gaf in 1678 aan Tomberg een graf in het middenschip van de kerk, dicht bij het huidige orgel, in ruil voor het carton dat in opdracht van het kerkbestuur in 1655 opnieuw was getekend. Blijkbaar beschikte de kerk niet over het carton, vermoedelijk door Lambert van Noort, van het in 1559 hier geplaatste glas; dit glas moet dusdanig beschadigd geweest zijn, dat een nieuw ontwerp noodzakelijk was. De inspiratiebron voor het nieuwe carton met het oorspronkelijke onderwerp was een eveneens zestiende-eeuwse gravure naar ontwerp van Maarten van Heemskerck. Uit documenten blijkt verder dat Daniel Tomberg en Allebert Merinck het werk aan het carton verdeelden, waarbij Merinck ëde gront van het modelí maakte, dat wil zeggen de basisarmatuur voor de panelen weergaf. Tomberg moet verantwoordelijk geweest zijn voor de getekende voorstelling. Het carton is met een trefzekere krijtlijn uitgewerkt. De figuren van Maria en van de engel zijn elegant en vloeiend opgezet, diverse arceringen zorgen voor een mooie uitwerking van de licht- en schaduwpartijen, waardoor de figuren en hun omgeving volume krijgen. De meeste arceringen gaan mee met de vorm, waardoor ze sterk bijdragen aan de soepele indruk van de tekening. Sommige delen, zoals de plooival in het gordijn, of de decoratie van bloemen op het doek, zijn in de tekening heel globaal weergegeven en werden blijkbaar pas bij het schilderen van het glas uitgewerkt. In gezicht- en halspartij maakt de tekenaar gebruik van rood krijt en witte hoogsels om zo deze delen wat plastischer uit te kunnen werken. De boom met zijn takken is echter veel grover en globaler van opzet gebleven. In strook A1 wordt de opzet voor de glaspanelen 1a tot en met 5a weergegeven. Blijkbaar zouden in de eerste opzet de drie wapens afgewisseld worden met twee ornamentele vlakken. Dit lijkt ook te kloppen met de nummering van de wapens op strook B1, die tot en met twaalf loopt. In het glas zijn dat er uiteindelijk veertien geworden. De twee summier in loodstift uitgevoerde wapens op de achterkant van strook A1 hebben uiteindelijk wel hun definitieve plaats in het glas gevonden. Het gaat bij deze twee om het wapen van de schenker van het oude glas, abt Theodorus Spierinck van Well, en om dat van zijn Norbertijnse abdij van Berne. In de natekening van het glas uit 1697 zijn ze al te zien, hoewel men denkt dat de loodstifttekeningen pas met de restauratie van Schouten op het carton zijn toegevoegd. Op strook B2 zijn alle resterende wapens geplakt. Ze zijn elk afzonderlijk op los papier gemaakt, uitgewerkt in gewassen inkt en elk wapen bevat gedetailleerde en opmerkelijke kleuraanwijzingen, zoals bij de toelichting van de drie merels in het wapen van Nicolaes van der Graef: ë3 maerlen / den hals en / den ruch / ros achtichí en bij het biertonnetje dat het wapen van Hans Fellebier siert íde ton houtverffí. Op de achterzijde van bijna elke strook is een cartouche, een stukje tekening of een voorzichtige schets voor een ander ontwerp te vinden; Tomberg gaat zuinig om met zijn papier en hergebruikt het waar mogelijk. Zo is er de vage opzet van een knielende schenker in terug te vinden, een staande vrouwenfiguur, een ontwerptekening voor een glas met de onthoofding van Holofernes door Judith en een leeuw die een wapen draagt.

De Goudse glasschilder Daniel Tomberg geldt als de maker van het carton van glas 10. De kerk gaf in 1678 aan Tomberg een graf in het middenschip van de kerk, dicht bij het huidige orgel, in ruil voor het carton dat in opdracht van het kerkbestuur in 1655 opnieuw was getekend. Blijkbaar beschikte de kerk niet over het carton, vermoedelijk door Lambert van Noort, van het in 1559 hier geplaatste glas; dit glas moet dusdanig beschadigd geweest zijn, dat een nieuw ontwerp noodzakelijk was. De inspiratiebron voor het nieuwe carton met het oorspronkelijke onderwerp was een eveneens zestiende-eeuwse gravure naar ontwerp van Maarten van Heemskerck. Uit documenten blijkt verder dat Daniel Tomberg en Allebert Merinck het werk aan het carton verdeelden, waarbij Merinck ëde gront van het modelí maakte, dat wil zeggen de basisarmatuur voor de panelen weergaf. Tomberg moet verantwoordelijk geweest zijn voor de getekende voorstelling. Het carton is met een trefzekere krijtlijn uitgewerkt. De figuren van Maria en van de engel zijn elegant en vloeiend opgezet, diverse arceringen zorgen voor een mooie uitwerking van de licht- en schaduwpartijen, waardoor de figuren en hun omgeving volume krijgen. De meeste arceringen gaan mee met de vorm, waardoor ze sterk bijdragen aan de soepele indruk van de tekening. Sommige delen, zoals de plooival in het gordijn, of de decoratie van bloemen op het doek, zijn in de tekening heel globaal weergegeven en werden blijkbaar pas bij het schilderen van het glas uitgewerkt. In gezicht- en halspartij maakt de tekenaar gebruik van rood krijt en witte hoogsels om zo deze delen wat plastischer uit te kunnen werken. De boom met zijn takken is echter veel grover en globaler van opzet gebleven. In strook A1 wordt de opzet voor de glaspanelen 1a tot en met 5a weergegeven. Blijkbaar zouden in de eerste opzet de drie wapens afgewisseld worden met twee ornamentele vlakken. Dit lijkt ook te kloppen met de nummering van de wapens op strook B1, die tot en met twaalf loopt. In het glas zijn dat er uiteindelijk veertien geworden. De twee summier in loodstift uitgevoerde wapens op de achterkant van strook A1 hebben uiteindelijk wel hun definitieve plaats in het glas gevonden. Het gaat bij deze twee om het wapen van de schenker van het oude glas, abt Theodorus Spierinck van Well, en om dat van zijn Norbertijnse abdij van Berne. In de natekening van het glas uit 1697 zijn ze al te zien, hoewel men denkt dat de loodstifttekeningen pas met de restauratie van Schouten op het carton zijn toegevoegd. Op strook B2 zijn alle resterende wapens geplakt. Ze zijn elk afzonderlijk op los papier gemaakt, uitgewerkt in gewassen inkt en elk wapen bevat gedetailleerde en opmerkelijke kleuraanwijzingen, zoals bij de toelichting van de drie merels in het wapen van Nicolaes van der Graef: ë3 maerlen / den hals en / den ruch / ros achtichí en bij het biertonnetje dat het wapen van Hans Fellebier siert íde ton houtverffí. Op de achterzijde van bijna elke strook is een cartouche, een stukje tekening of een voorzichtige schets voor een ander ontwerp te vinden; Tomberg gaat zuinig om met zijn papier en hergebruikt het waar mogelijk. Zo is er de vage opzet van een knielende schenker in terug te vinden, een staande vrouwenfiguur, een ontwerptekening voor een glas met de onthoofding van Holofernes door Judith en een leeuw die een wapen draagt.

Bekijk het carton van dichtbij, zie details die ontwerper heeft xxxxxxxxxxxxxx:

#

Schenkers:

De vroedschap van Gouda

Glasschilder:

DaniÎl Tomberg en Allebert Jansen Merinck, Gouda

Afmetingen van het carton:

6 stroken, waarvan de lengte varieert van 397cm tot 580cm. De breedte varieert van 73 tot 75cm.

Kijk rond en zie hoe groot de glazen zijn:

Details

Glas in HD #
[et_pb_popup_builder _builder_version="3.0.106" popup_source="iframe" divi_layout="146" trigger_condition="class_id" trigger_button_align="left" modal_style="1" tablet_sizes="off" mobile_sizes="off" trigger_class_id="31125" title="popup" /]