carton 28c

Herman Veldhuis, Atelier ët Prinsenhof, Delft 1925

Het carton is getekend op technisch tekenpapier. Met dit moderne papier kunnen stroken over de volle lengte worden gemaakt (de hoogste maat bedraagt 10,8 meter). Maar van die mogelijkheid is geen gebruik gemaakt. Papier van een dergelijke dikte is niet gemakkelijk op te rollen, zodat het handiger was om met kleinere afmetingen te werken die op een werktafel pasten. Er is echter geen systematiek in de strooklengtes te ontdekken: de langste beslaat vijf panelen (405 cm); de overige tussen de ÈÈn en de vier (85 tot 332 cm). Sommige bladen zijn ook scheef afgesneden. Kaderlijnen en brugstaven zijn nauwgezet in potlood met liniaal getrokken, net zoals de vier horizontale lijnen per paneel, die in de regel overeenkomen met de windroedes. De tekening, daaroverheen aangebracht in houtskool, is schetsmatig en weinig evenwichtig. De voorstelling beperkt zich meestal tot contouren; soms dik aangezet, dan weer aarzelend dun. De voorstelling binnen de contouren is slechts summier aangegeven. Plasticiteit en andere details zijn slechts bij uitzondering gevisualiseerd. Voor zover te onderscheiden is de houtskool niet in krijt opgewerkt; inkt in pen of penseel ontbreekt eveneens. Ook al zijn er op zeven bladen fixeervlekken gevonden, de houtskool is niet tot nauwelijks gefixeerd, zodat de bladen een grijze waas hebben gekregen als gevolg van wrijving door strakke oprolling. Alleen op de studies van de familiewapens, waarin het fond van het schild in gouache is ingeschilderd, zijn natte media gehanteerd. Ook hier is er reden tot verwondering: de invulling van ÈÈn steunkleur zonder modelÈ heeft nauwelijks toegevoegde waarde. De op deze vellen uitgetekende loodstramien is nimmer uitgevoerd; het bleek steeds met minder strips te kunnen volstaan. Van de hoofdvoorstelling zijn alleen de delen met figuren (en dieren) uitgetekend. Op strook D na zijn alle voorgrondfiguren in twee versies getekend. Drie daarvan hebben een versie met zware zwarte contouren. In de inventaris uit 1966-1967 worden die als loodtekening aangemerkt (A3-6; B3-6, C3-4). Ze verschillen aanmerkelijk van de bladen met de loodstrips op de bladen met de wapenschilden. Hier zijn ze te weinig precies om de glasschilder te instrueren. Bovendien refereert de donkere houtskool op deze tekeningen niet alleen aan de loodstrips, maar ook aan de donkere schaduwen die met grisaille worden geschilderd. Cartons voor de architectuur ontbreken grotendeels, en daar waar het carton wel de tempelarchitectuur beslaat is nauwelijks een voorstelling aangebracht. De houtskool lijkt daar uitgeveegd te zijn. Het is duidelijk dat carton 28c afwijkt van de systematiek en zorgvuldigheid die cartons eigen zijn.

Bekijk het carton van dichtbij, zie details die ontwerper heeft xxxxxxxxxxxxxx:

#

Schenkers:

Ir. Jan Schouten, Atelier ít Prinsenhof, Delft, met de middelen van particulieren die de restauratie tussen 1900 en 1918 ondersteund hebben.

Glasschilder:

Lucas Knoll, Atelier ët Prinsenhof, Delft

Afmetingen van het carton:

Diverse maten: strookbreedte meestal ca. 85 cm, lengte sterk variÎrend tussen 85 en 405 cm

Kijk rond en zie hoe groot de glazen zijn:

Details

Glas in HD #
[et_pb_popup_builder _builder_version="3.0.106" popup_source="iframe" divi_layout="146" trigger_condition="class_id" trigger_button_align="left" modal_style="1" tablet_sizes="off" mobile_sizes="off" trigger_class_id="31125" title="popup" /]