Carton 58 – De gevangenneming

Werkplaats van Dirck Crabeth, Gouda, 1556

Het eerste carton uit de reeks van zeven is opgezet in een techniek die afwijkt van hetgeen wij van Dirck Crabeths grote cartons kennen: over een voorschets in zwart krijt is de uiteindelijke voorstelling met pen in bruine inkt aangebracht. Deze techniek, waarbij de incarnaat partijen in roodbruin met penseel zijn gewassen, kennen wij van een aantal vidimussen van de kunstenaar. Onder de uitgewerkte tekening en meer op de achtergrond achter het woud van lansen gaat een vlotte krijtschets schuil, die wel verwant is aan de landschapsachtergronden met gegroepeerde figuren in de eerste grote cartons die eveneens uit de jaren 1556-57 stammen, zoals carton 16 (afb. p.* detail). De reliëfachtige compositie met langgerekte voorgrondfiguren is typologisch verwant aan het werk van Dirck Crabeth, met name een aantal ontwerpen voor kleine glasruitjes, maar in compositorisch opzicht ook met bijvoorbeeld carton 22. De achtergrond met zijn levendige figuren is stilistisch weer in overeenstemming met de wijze van uitbeelden in de grote cartons, al wijkt met name de weergave van de handen en voeten en de proportionering af van de figuurstijl die wij uit de zekere cartons van Dirck Crabeth kennen. De lijnvoering en de wassing in roodbruin zijn minder trefzeker dan uit de vidimussen van Dirck Crabeth bekend is. Dit is vooral goed te zien in de partij met de haastig voor de soldaat wegvluchtende naakte jongeling en de in welhaast klassiek aandoende gewaden geklede apostelen op de achtergrond die verwijzen naar de evangelietekst Marcus 14:51-52. Deze aspecten bemoeilijken een toeschrijving van het carton aan Dirck Crabeth zelf. Veelal wordt het dan ook toegeschreven aan een niet nader te identificeren lid van zijn werkplaats.

De zeven cartons voor de gebrandschilderde ramen van het voormalige Regulierenklooster aan de Raam in Gouda zijn waarschijnlijk tegelijkertijd met de glazen gespaard gebleven. De toenmalige prior van het klooster, Wouter Jacobsz., tekende in juni 1573 in zijn dagboek op dat hij had vernomen ´[…] dat mede die glazen van ons convent al uuytgesmeten waren, met verder bederfnisse van al wat daer mocht wesen, principael die kercke aengaende.’ Dat dit een misvatting was, blijkt wel uit het contract dat het stadsbestuur, inmiddels eigenaar van het klooster, op 8 februari 1580 aanging met de aannemer die het klooster moest afbreken. Daarin wordt gesteld dat de aanwezige glazen moesten worden gespaard. In hetzelfde jaar kreeg Jan Woutersz glaesmaker de opdracht de uitgehaalde panelen te integreren in de vensters 20 en 21 in de Sint Janskerk. Op die plaats waren zij te zien tot hun restauratie 1922, en in 1934 werden zij in de speciaal voor de reeks gebouwde Van der Vormkapel geïnstalleerd. Bij de vorm van de nieuwe ramen is rekening gehouden met de afwisselende beëindiging van de cartonstroken boven, hetzij met een spitsboog (nrs. 58-60, 63), hetzij met een halfronde boog (nrs. 61, 62, 64). Hoewel het aantal glazen van het Regulierenklooster oorspronkelijk waarschijnlijk groter is geweest en daarmee ook het aantal cartons, zijn zowel zeven glazen als zeven (incomplete) cartons overgeleverd. Beide worden traditioneel aan ‘een en discipel van Dirck Crabeth’ toegeschreven, als eerste door Ignatius Walvis. Dankzij Walvis zijn enkele namen van leerlingen van Dirck Crabeth bekend: ‘Dirk en Wouter hadden tot Discipelen gehad Jakob Caen, Adriaan Gerridsz. de Vrye, Jan Dirksz. Lonk, Govert Henriksz., Willem Jan Damansz. en Isenhout.’ Van deze zes leerlingen is alleen Adriaen de Vrije bekend geworden met zijn pas in de jaren 1590 uitgevoerde glazen nrs. 1, 4, 29. Ondanks het feit dat er geen namen aan de kapelcartons verbonden kunnen worden, is de relatie op stilistische grond met het werk van Dirck Crabeth zeer duidelijk. De cartons schieten in kwalitatief opzicht wel tekort om deze aan hem zelf toe te schrijven. De zeven cartons zijn, met uitzondering van carton 61, alle op identiek papier getekend dat ook steeds hetzelfde watermerk draagt. Wat betreft de techniek kunnen twee groepen worden onderscheiden. De cartons 58, 59 en 60 zijn getekend met de rietpen en inkt met wassingen in bruin en roodbruin over een schets in zwart krijt. Een vergelijkbare techniek heeft Dirck Crabeth ook toegepast in zijn vidimussen (afb. p.*). De cartons 61 tot en met 64 zijn, net als de grote cartons van Dirck Crabeth, opgezet in zwart krijt, en sporadisch wit gehoogd. Carton 61 is iets grover van techniek dan de drie overige.

Bekijk het carton van dichtbij, zie details die ontwerper heeft xxxxxxxxxxxxxx:

#

Schenkers:

Jan Heye (Gouda 1513 – Utrecht 1574), schepen van Gouda in 1548- 1552, burgemeester in 1553- 1554, 1566, 1568; en zijn vrouw Lucia Pauw (geb. 1515).

Glasschilder:

Werkplaats van Dirck Crabeth, naar ontwerp van de meester.

Afmetingen van het carton:

in twee stroken, de schenkersrand inbegrepen; 362,3 x 61,4 en 359,7 x 60,4 cm. Het arket ontbreekt.

Kijk rond en zie hoe groot de glazen zijn:

Details

Glas in HD #
[et_pb_popup_builder _builder_version="3.0.106" popup_source="iframe" divi_layout="146" trigger_condition="class_id" trigger_button_align="left" modal_style="1" tablet_sizes="off" mobile_sizes="off" trigger_class_id="31125" title="popup" /]