Glas 13 | De twaalfjarige Jezus in de Tempel (1561)

Koor

Het onderwerp is ontleend aan Lucas 2: 41-52. De aandacht wordt direct getrokken naar de jonge Jezus met de stralenkrans, de centrale figuur onder de Schriftgeleerden. De spanning van de discussiërende Schriftgeleerden die ijverig de oude boeken naslaan, is levendig weergegeven. Ofschoon de Hebreeuwse letters op de kleding van de farizeeërs correct zijn, vormen de letters naast elkaar geen samenhangend geheel; ze zijn vanwege het decorum aangebracht. Op de achtergrond komen Jozef en Maria de tempel binnen. Zij zijn al drie dagen naar Hem op zoek. Achter hen in de verte zien we een klein tafereeltje van Johannes de Doper tijdens zijn verblijf in de woestijn. Zulks in overeenstemming met de oorspronkelijke opdracht: “Jezus en de Schriftgeleerden en Johannes gaande in de woestijn”.
In het benedendeel knielt de schenker voor Maria met het Kind. Rechts onder Maria zien we een zittend satansfiguurtje (vergelijk glas 16). Achter de abt staat Petrus met zijn attribuut de sleutel (Matth. 16: 19). Links van Petrus en onder Maria staan de wapens van Petrus van Suyren. Onder de mijter van de schenker, zijn motto: “Virtus per arumnas” (Deugd door zware arbeid).

Koor

Het onderwerp is ontleend aan Lucas 2: 41-52. De aandacht wordt direct getrokken naar de jonge Jezus met de stralenkrans, de centrale figuur onder de Schriftgeleerden. De spanning van de discussiërende Schriftgeleerden die ijverig de oude boeken naslaan, is levendig weergegeven. Ofschoon de Hebreeuwse letters op de kleding van de farizeeërs correct zijn, vormen de letters naast elkaar geen samenhangend geheel; ze zijn vanwege het decorum aangebracht. Op de achtergrond komen Jozef en Maria de tempel binnen. Zij zijn al drie dagen naar Hem op zoek. Achter hen in de verte zien we een klein tafereeltje van Johannes de Doper tijdens zijn verblijf in de woestijn. Zulks in overeenstemming met de oorspronkelijke opdracht: “Jezus en de Schriftgeleerden en Johannes gaande in de woestijn”.
In het benedendeel knielt de schenker voor Maria met het Kind. Rechts onder Maria zien we een zittend satansfiguurtje (vergelijk glas 16). Achter de abt staat Petrus met zijn attribuut de sleutel (Matth. 16: 19). Links van Petrus en onder Maria staan de wapens van Petrus van Suyren. Onder de mijter van de schenker, zijn motto: “Virtus per arumnas” (Deugd door zware arbeid).

Schenkers:

Petrus van Suyren, abt van het Norbertijnerklooster Mariënwaerdt nabij Beesd, is de schenker van het glas. Petrus van Suyren was behalve abt ook mecenas. Hij verrijkte zijn klooster met vele religieuze kunstschatten. Reeds voor Antonius Mor (ca. 1519-1576) furore maakte als de “Vlaamse Titiaan” aan het hof van keizer KarelV, had de abt hem ontdekt. Mor vervaardigde voor de abt een altaarstuk in de kapel van Mariënwaerdt. De abdij was de moederabdij van het Norbertijner- klooster te Berne (zie glas 10).
De grafzerk van de abt bevindt zich nog in het huidige Mariënwaerdt. De op de grafzerk afgebeelde wapens zijn identiek aan die in het glas.

Samenhang:

Zie Glas 9

Glazenier & Ontwerper:

Digman Meynaert en Hans Scrivers zijn de glazeniers naar het ontwerp van Lambert van Noort.

Maten van het glas:

Hoog 9.95 m ; breed 3.97 m.

 zie details die vanaf de kerkvoer niet waarneembaar zijn

kijk rond en zie hoe groot de glazen zijn