Glas 18 | De vraag vanwege Johannes de Doper aan Jezus (1556)

Koor

De voorstelling is ontleend aan Mattheus 11: 2 e.v.
In zijn kerker, op de achtergrond gescheiden door een heuvelrand met vegetatie, heeft Johannes vernomen van de prediking en wonderen van Jezus. Hij is gaan twijfelen of Jezus de Messias is en stuurt twee van zijn discipelen met de welbekende vraag (zie banderol).
In het hoofdtafereel op de voorgrond zien we Jezus te-midden van discipelen en gehandicapten antwoord geven op de vraag van de afgezanten van Johannes. Een treffend voorbeeld van Dirck Crabeth’s meesterschap is het melancholieke gelaat van de kreupele met krukken dat zowel pijn als hoop uitdrukt. Het draakje bij het hoofd van de geesteszieke beeldt diens genezing uit. De afgezanten zijn driemaal afgebeeld: op weg, voor de tralies en bij Jezus. Het glas volgt de methode van het stripverhaal om de geschiedenis weer te geven.
In de benedenrand staan de vier schenkers tot borsthoogte afgebeeld. Zij kijken devoot op naar de Christusfiguur in het hoofd- tafereel. Links van hen staan hun namen; vóór hen hun wapens. Over het vierde wapenschild bestaat nog onzekerheid.

Koor

De voorstelling is ontleend aan Mattheus 11: 2 e.v.
In zijn kerker, op de achtergrond gescheiden door een heuvelrand met vegetatie, heeft Johannes vernomen van de prediking en wonderen van Jezus. Hij is gaan twijfelen of Jezus de Messias is en stuurt twee van zijn discipelen met de welbekende vraag (zie banderol).
In het hoofdtafereel op de voorgrond zien we Jezus te-midden van discipelen en gehandicapten antwoord geven op de vraag van de afgezanten van Johannes. Een treffend voorbeeld van Dirck Crabeth’s meesterschap is het melancholieke gelaat van de kreupele met krukken dat zowel pijn als hoop uitdrukt. Het draakje bij het hoofd van de geesteszieke beeldt diens genezing uit. De afgezanten zijn driemaal afgebeeld: op weg, voor de tralies en bij Jezus. Het glas volgt de methode van het stripverhaal om de geschiedenis weer te geven.
In de benedenrand staan de vier schenkers tot borsthoogte afgebeeld. Zij kijken devoot op naar de Christusfiguur in het hoofd- tafereel. Links van hen staan hun namen; vóór hen hun wapens. Over het vierde wapenschild bestaat nog onzekerheid.

Schenkers:

De Goudse burgemeester Gerrit Heye Gerritsz, zijn vrouw Margriet Hendriksdr, zijn zwager Frederik Adriaansz en diens dochter Gerborch. In het jaar 1520 was hij voor het laatst burgemeester.

Samenhang:

Zie glas 9

Bijbels citaat:

“Tu ne es qui venturus es?”(Zijt Gij het die komen zou? (Matth. 11: 3)).

Glazenier & Ontwerper:

Waarschijnlijk een medewerker uit de werkplaats van Dirck Crabeth naar ontwerp van de meester.

Maten van het glas:

Hoog 6.93 m ; breed 2.80 m.

 zie details die vanaf de kerkvoer niet waarneembaar zijn

kijk rond en zie hoe groot de glazen zijn