Glas 19 | De onthoofding van Johannes de Doper (1570)

Koor

Rechts bovenin danst Salomé voor haar stiefvader Herodes en zijn gasten die aan een gevulde dis zitten. Herodes raakt zo bekoord dat hij haar zweert alles te geven wat zij wenst. Op aan- dringen van haar moeder Herodias vraagt zij dan om het hoofd van Johannes.
In het hoofdtafereel op de voorgrond zien we de geschiedenis van de onthoofding van Johannes (Marcus 6: 21-29). Salomé in haar geel met groene zestiende-eeuwse dracht en het kanten mutsje staat met een grote schaal waarop de beul het (voor zijn nog jonge leeftijd oude) hoofd van Johannes legt. Op de voorgrond het onthoofde lijk met daarachter de forse, kleurige beul. Door een raam van het paleis boven het onthalsde hoofd kijkt iemand toe, vermoedelijk Herodias die de aanstichtster was van de onthoofding.
In de benedenrand knielt Hendrik van Zwolle; daaronder zijn hier toepasselijke motto: “Sollicite concupiscam”(Zorgvuldig zal ik begeren). Op zijn overkleed draagt hij een witte staatsiemantel met het Maltezerkruis en om zijn hals hangt het gouden teken van de Orde. Achter hem Johannes de Doper, die wijst naar het Lam Gods dat hij nu niet meer in zijn armen houdt, maar loslaat om zijn eigen weg te gaan in de richting van het kruis (overwinningsvaan). Net zoals in het tegenoverstaande glas 11, de geboorte van Johannes, heeft de Doper zijn voet op de bijbel ten teken dat hij als laatste profeet van het Oude Testament de canon afsluit.

Koor

Rechts bovenin danst Salomé voor haar stiefvader Herodes en zijn gasten die aan een gevulde dis zitten. Herodes raakt zo bekoord dat hij haar zweert alles te geven wat zij wenst. Op aan- dringen van haar moeder Herodias vraagt zij dan om het hoofd van Johannes.
In het hoofdtafereel op de voorgrond zien we de geschiedenis van de onthoofding van Johannes (Marcus 6: 21-29). Salomé in haar geel met groene zestiende-eeuwse dracht en het kanten mutsje staat met een grote schaal waarop de beul het (voor zijn nog jonge leeftijd oude) hoofd van Johannes legt. Op de voorgrond het onthoofde lijk met daarachter de forse, kleurige beul. Door een raam van het paleis boven het onthalsde hoofd kijkt iemand toe, vermoedelijk Herodias die de aanstichtster was van de onthoofding.
In de benedenrand knielt Hendrik van Zwolle; daaronder zijn hier toepasselijke motto: “Sollicite concupiscam”(Zorgvuldig zal ik begeren). Op zijn overkleed draagt hij een witte staatsiemantel met het Maltezerkruis en om zijn hals hangt het gouden teken van de Orde. Achter hem Johannes de Doper, die wijst naar het Lam Gods dat hij nu niet meer in zijn armen houdt, maar loslaat om zijn eigen weg te gaan in de richting van het kruis (overwinningsvaan). Net zoals in het tegenoverstaande glas 11, de geboorte van Johannes, heeft de Doper zijn voet op de bijbel ten teken dat hij als laatste profeet van het Oude Testament de canon afsluit.

Schenkers:

Hendrik van Zwolle, commandeur van de Johanniter Orde, de Orde van St.-Jan, te Haarlem.

Samenhang:

Zie glas 9

Glazenier & Ontwerper:

Willem Thybaut uit Haarlem is de maker naar eigen ontwerp.

Maten van het glas:

Hoog 7.15 m ; breed 2.80 m.

 zie details die vanaf de kerkvoer niet waarneembaar zijn

kijk rond en zie hoe groot de glazen zijn