Glas 24 | Philippus predikend, genezend en dopend (1559)

Zuiderzijbeuk

De diaken Philippus, waaraan dit glas is gewijd, is de beschermheilige van de sponsor. Het hoofdtafereel geeft de prediking van Philippus te Samaria weer en is ontleend aan Handelingen 8 : 5-8. Philippus staat temidden van zieken en kreupelen en op de voorgrond knielt de schenker. Hij is hier bewust in het hoofdtafereel afgebeeld tussen de zieken, omdat hij in de slag bij Grevelingen (1558) verlamd werd en genezing zoekt bij zijn beschermheilige. De groep gebrekkigen en ver- lamden lijkt op de groep rond Jezus in Dirck Crabeth’s glas 18. Op het tweede plan bovenin zien we de geschiedenis van Philippus en de kamerling uit het “Morenland” Ethiopië. (Handelin- gen 8 : 26-40). Links in de overkoepeling de engel die Philippus zegt naar Gaza te gaan. In de top rechts van de middenstijl treft hij de kamerling van de koningin Candacé van Ethiopië aan in zijn rijtuig terwijl deze het boek Jesaja leest. Philippus vergezelt de kamerling, legt hem desgevraagd de betekenis van het boek uit en maakt hem bekend met het evangelie van Jezus Christus. Meer naar onderen zien we hoe hij hem doopt in het water dat zij onderweg tegenkwamen. Het gevolg van de Ethiopiër met paarden en kamelen is gestopt, sommigen kijken toe. De benedenrand is gevuld met de wapenkwartieren van de schenker en zijn lijfspreuk: “Je le tiendray” (Ik zal standhouden).

Zuiderzijbeuk

De diaken Philippus, waaraan dit glas is gewijd, is de beschermheilige van de sponsor. Het hoofdtafereel geeft de prediking van Philippus te Samaria weer en is ontleend aan Handelingen 8 : 5-8. Philippus staat temidden van zieken en kreupelen en op de voorgrond knielt de schenker. Hij is hier bewust in het hoofdtafereel afgebeeld tussen de zieken, omdat hij in de slag bij Grevelingen (1558) verlamd werd en genezing zoekt bij zijn beschermheilige. De groep gebrekkigen en ver- lamden lijkt op de groep rond Jezus in Dirck Crabeth’s glas 18. Op het tweede plan bovenin zien we de geschiedenis van Philippus en de kamerling uit het “Morenland” Ethiopië. (Handelin- gen 8 : 26-40). Links in de overkoepeling de engel die Philippus zegt naar Gaza te gaan. In de top rechts van de middenstijl treft hij de kamerling van de koningin Candacé van Ethiopië aan in zijn rijtuig terwijl deze het boek Jesaja leest. Philippus vergezelt de kamerling, legt hem desgevraagd de betekenis van het boek uit en maakt hem bekend met het evangelie van Jezus Christus. Meer naar onderen zien we hoe hij hem doopt in het water dat zij onderweg tegenkwamen. Het gevolg van de Ethiopiër met paarden en kamelen is gestopt, sommigen kijken toe. De benedenrand is gevuld met de wapenkwartieren van de schenker en zijn lijfspreuk: “Je le tiendray” (Ik zal standhouden).

Schenkers:

Graaf Philippe de Ligne, heer van Wassenaer, burggraaf van Leiden, ridder in de Orde van het Gulden Vlies (1559), is de eerste van de grote wereldlijke heren geweest die Gouda een Glas schonk na de brand van 1552. Hij bezat het tolrecht van de Gouwe sluis, de verbinding tussen Gouwe en Rijn bij Alphen, hetgeen een belangrijke schakel was in de binnenvaartroute door Holland. In hun verzoek aan graaf de Ligne om een glasschenking zinspeelden de Goudse burgemeesters en kerkmeesters op de revenuen die de graaf met de tolgelden ontving.

Samenhang:

Zie glas 6

Glazenier & Ontwerper:

Een leerling van Dirck Crabeth is de glazenier, naar ontwerp van de meester.

Maten van het glas:

Hoog 11.08 m ; breed 4.66 m.

 zie details die vanaf de kerkvoer niet waarneembaar zijn

kijk rond en zie hoe groot de glazen zijn