Glas 25 | Het ontzet van Leiden (1604)

Zuiderzijbeuk

Het ontzet van Leiden dat plaatsvond in 1574, is hier realistisch uitgebeeld. Op de voorgrond zien we prins Willem van Oranje die de bevrijding van de stad organiseert. Zijn gelaat komt overeen met de bekende afbeelding door de Vlaamse portretschilder Adriaen Key. Voor hem Pieter Adriaensz. v/d Werf, burgemeester van Leiden. Achter hem de vier Delftse burgemeesters als vertegenwoordigers van de burgerij, die in gelaatsuitdrukking sterk met de Prins contrasteren waardoor zijn nobele trekken extra geaccentueerd worden. Rechtsonder, boven het wapen van Delft, tilt een man met een rood wambuis een mand met wittebroden (zogenaamde kardinaalsmutsen) van de grond. Rechtsboven de leeuw draagt de man in het groen gekleed een tonnetje haring op zijn schouder (haring en wittebrood worden jaarlijks als herinnering aan het ontzet op 3 oktober gegeten).
Linksachter in het midden de Delftse kerktorens. Aan de horizon, afstekend tegen de blauwe lucht, de stad Leiden met het silhouet van de Hooglandse en de Pieterskerk. Rechts daarvan zien we Leiderdorp. Op het middenplan de wateren die Delft met Leiden verbinden met schepen die etenswaren naar Leiden vervoeren. Het ondergelopen gebied is geografisch nauwkeurig weergegeven. Verschillende dorpskerken zijn herkenbaar; die van Zoeterwoude staat in brand. Door een noordwesterstorm is het water van het ondergelopen land tot voor Leiden gekomen. Hierdoor konden de geuzen in hun platboomde vaartuigen, sommige met zeil en kanon, proviand naar Leiden brengen.
Over de droogstaande wegen zien we de Spanjaarden weg- vluchten.
Beneden op een plint met het jaartal 1604 staan twee leeuwen als schilddrager. De linker houdt het wapen van de Prins en de rechter het wapen van Delft.

Zuiderzijbeuk

Het ontzet van Leiden dat plaatsvond in 1574, is hier realistisch uitgebeeld. Op de voorgrond zien we prins Willem van Oranje die de bevrijding van de stad organiseert. Zijn gelaat komt overeen met de bekende afbeelding door de Vlaamse portretschilder Adriaen Key. Voor hem Pieter Adriaensz. v/d Werf, burgemeester van Leiden. Achter hem de vier Delftse burgemeesters als vertegenwoordigers van de burgerij, die in gelaatsuitdrukking sterk met de Prins contrasteren waardoor zijn nobele trekken extra geaccentueerd worden. Rechtsonder, boven het wapen van Delft, tilt een man met een rood wambuis een mand met wittebroden (zogenaamde kardinaalsmutsen) van de grond. Rechtsboven de leeuw draagt de man in het groen gekleed een tonnetje haring op zijn schouder (haring en wittebrood worden jaarlijks als herinnering aan het ontzet op 3 oktober gegeten).
Linksachter in het midden de Delftse kerktorens. Aan de horizon, afstekend tegen de blauwe lucht, de stad Leiden met het silhouet van de Hooglandse en de Pieterskerk. Rechts daarvan zien we Leiderdorp. Op het middenplan de wateren die Delft met Leiden verbinden met schepen die etenswaren naar Leiden vervoeren. Het ondergelopen gebied is geografisch nauwkeurig weergegeven. Verschillende dorpskerken zijn herkenbaar; die van Zoeterwoude staat in brand. Door een noordwesterstorm is het water van het ondergelopen land tot voor Leiden gekomen. Hierdoor konden de geuzen in hun platboomde vaartuigen, sommige met zeil en kanon, proviand naar Leiden brengen.
Over de droogstaande wegen zien we de Spanjaarden weg- vluchten.
Beneden op een plint met het jaartal 1604 staan twee leeuwen als schilddrager. De linker houdt het wapen van de Prins en de rechter het wapen van Delft.

Schenkers:

De Stad Delft is de schenker. Het stadsbestuur koos het spectaculaire Leidens ontzet als onderwerp, omdat deze succesvolle militaire operatie van de geuzen onder leiding van prins Willem van Oranje vanuit Delft over het water werd uitgevoerd. Tegen de zin van het grootste deel van de bevolking had de Prins verordonneerd het hele gebied tussen Leiden, Delft en Gouda onder water te zetten. In de jaren voor 1601 besloot Leiden aan Gouda een glas te schenken met de parallel uit de bijbel van “Het Ontzet van Samaria”(glas 26). Later koos Delft voor “Het ontzet van Leiden”.

Samenhang:

Een vijftal glazen aan de minder voorname zuidzijde (25-28, 29) werden na de Reformatie door enkele steden geschonken en dragen doorgaans een meer religieus karakter dan de glazen na de Reformatie aan de noordzijde (1, 2-4).

Glazenier & Ontwerper:

De Delftse glasschilder Dirck Jansz.Verheyden en na diens overlijden in 1603 zijn leerling Dirck Reiniersz. van Douwe zijn de glazeniers. De ontwerper is de Leidse burgemeester Isaac Claesz. van Swanenburg.

Maten van het glas:

Hoog 11.22 m ; breed 4.67 m.

 zie details die vanaf de kerkvoer niet waarneembaar zijn

kijk rond en zie hoe groot de glazen zijn