Glas 28c | De herbouw van de tempel (1926)

Zuiderzijbeuk

Het glas geeft de herbouw van de tempel in Jeruzalem weer, volgens Ezra 5 en 6. In 516 voor Christus, na de terugkeer uit de Babylonische ballingschap, wisten oudere joden zich nog te herinneren, dat na de verwoesting van de tempel door Nebucadnezar in 597 voor Christus, zijn opvolger bevolen had dat de tempel zou worden herbouwd. Toen zij de koning Darius hieraan herinnerden, honoreerde hij hun verzoek door te bevelen dat in de archieven van Babylon gezocht zou worden naar het bewijs van deze belofte. Inderdaad werd in een paleis in de provincie Medina een geschreven rol gevonden, waarop stond dat Cyrus de Grote in zijn eerste regeringsjaar dit inderdaad had toegezegd. Een wet van “Meden en Perzen” waaraan niet viel te tornen.
Links op de voorgrond zien we hoogwaardigheidsbekleders en bouwkundigen met de papieren die gevonden waren. Boven hen de vaklieden die aan de tempel werken en steigers oprichten.
In het benedendeel zien we de namen en wapens van hen die bijdroegen aan de betaling voor de restauratie. Ofschoon dit glas in de twintigste eeuw is geplaatst, is duidelijk gestreefd naar esthetische en iconografische samenhang met de oudere glazen. Naast het glas zijn enkele panelen verlicht tentoongesteld van het oorspronkelijke glas dat in 1920 werd aangebracht. Ontevredenheid met de stijl en uitvoering in “art nouveau” leidde ertoe, dat de restaurateur Jan Schouten in 1926 gedwongen werd het glas te vervangen door het huidige Glas in historiserende stijl.

Zuiderzijbeuk

Het glas geeft de herbouw van de tempel in Jeruzalem weer, volgens Ezra 5 en 6. In 516 voor Christus, na de terugkeer uit de Babylonische ballingschap, wisten oudere joden zich nog te herinneren, dat na de verwoesting van de tempel door Nebucadnezar in 597 voor Christus, zijn opvolger bevolen had dat de tempel zou worden herbouwd. Toen zij de koning Darius hieraan herinnerden, honoreerde hij hun verzoek door te bevelen dat in de archieven van Babylon gezocht zou worden naar het bewijs van deze belofte. Inderdaad werd in een paleis in de provincie Medina een geschreven rol gevonden, waarop stond dat Cyrus de Grote in zijn eerste regeringsjaar dit inderdaad had toegezegd. Een wet van “Meden en Perzen” waaraan niet viel te tornen.
Links op de voorgrond zien we hoogwaardigheidsbekleders en bouwkundigen met de papieren die gevonden waren. Boven hen de vaklieden die aan de tempel werken en steigers oprichten.
In het benedendeel zien we de namen en wapens van hen die bijdroegen aan de betaling voor de restauratie. Ofschoon dit glas in de twintigste eeuw is geplaatst, is duidelijk gestreefd naar esthetische en iconografische samenhang met de oudere glazen. Naast het glas zijn enkele panelen verlicht tentoongesteld van het oorspronkelijke glas dat in 1920 werd aangebracht. Ontevredenheid met de stijl en uitvoering in “art nouveau” leidde ertoe, dat de restaurateur Jan Schouten in 1926 gedwongen werd het glas te vervangen door het huidige Glas in historiserende stijl.

Schenkers:

In 1916 stelde de restaurateur, Ir. Jan Schouten, de Restauratiecommissie voor, om een gedenkraam te plaatsen voor de acht families die het financieel mogelijk maakten om naast de Rijkssubsidie voort te gaan met de restauratie. Daartegen was geen bezwaar, mits er geen geld van de Rijkssubsidie aan zou worden besteed. In 1919 had Schouten voldoende geld bijeen “gebedeld”. In de schenkersrand werden de namen en wapens van deze families aangebracht met daarbij het nummer van het glas dat zij hadden betaald. In het midden werden de namen van de leden van de Restauratiecommissie vermeld, waaronder die van de grote stimulator van Monumentenzorg in Nederland, Jhr.V.E.L. de Stuers.

Glazenier & Ontwerper:

L.J. Knoll uit Delft naar ontwerp van H.Veldhuis, eveneens uit Delft.

Maten van het glas:

Hoog 10.80 m ; breed 4.90 m.

 zie details die vanaf de kerkvoer niet waarneembaar zijn

kijk rond en zie hoe groot de glazen zijn