Glas 61 | De Kruisdraging (1559)

Van der Vorm Kapel

Het verhaal is volgens Lucas 23: 26-32. Vanuit een poortgebouw links op de achtergrond trekt een stoet naar voren.
Geheel rechts vooraan bezwijkt Jezus door de voorafgegane geseling onder het kruis. Naast Hem knielt de heilige Veronica met in haar handen de witte doek waarop de afdruk is te zien van Jezus’ gelaat, dat zij uit medelijden heeft afgewist. Twee soldaten aan weerszijden van de kruisbalk staan op het punt met stokken op Hem in te slaan. Het lange eind van het kruis wordt door Simon van Cyrene gedragen.

De soldaten zijn in Duitse uniformen van de zestiende eeuw uitgedost, waarschijnlijk omdat de afbeelding ontleend is aan een werk van Albrecht Dürer. In het poortgebouw volgen geheel links Maria en Johannes, beiden met het gelaat vertrokken van smart.
De militaire escorte met de ladder is voor de twee misdadigers die naast Jezus gekruisigd worden. In de verte is de stad Jeruzalem te zien.

Onder staan de antecedenten van de schenker, Nicolaas van Nieuwland, die van 1561-1570 de eerste hulpbisschop van Haarlem was. In de top zijn wapen.
Links van de schenker de volgende tekst: “Inter spinas calceatus.” (Tussen de doornen ligt Mijn weg).

Van der Vorm Kapel

Het verhaal is volgens Lucas 23: 26-32. Vanuit een poortgebouw links op de achtergrond trekt een stoet naar voren.
Geheel rechts vooraan bezwijkt Jezus door de voorafgegane geseling onder het kruis. Naast Hem knielt de heilige Veronica met in haar handen de witte doek waarop de afdruk is te zien van Jezus’ gelaat, dat zij uit medelijden heeft afgewist. Twee soldaten aan weerszijden van de kruisbalk staan op het punt met stokken op Hem in te slaan. Het lange eind van het kruis wordt door Simon van Cyrene gedragen.

De soldaten zijn in Duitse uniformen van de zestiende eeuw uitgedost, waarschijnlijk omdat de afbeelding ontleend is aan een werk van Albrecht Dürer. In het poortgebouw volgen geheel links Maria en Johannes, beiden met het gelaat vertrokken van smart.
De militaire escorte met de ladder is voor de twee misdadigers die naast Jezus gekruisigd worden. In de verte is de stad Jeruzalem te zien.

Onder staan de antecedenten van de schenker, Nicolaas van Nieuwland, die van 1561-1570 de eerste hulpbisschop van Haarlem was. In de top zijn wapen.
Links van de schenker de volgende tekst: “Inter spinas calceatus.” (Tussen de doornen ligt Mijn weg).

Schenkers:

Nicolaas van Nieuwland, wijbisschop, deken van St. Marie te Utrecht en proost van de St. Bavo te Haarlem. Hij was tevens titulair bisschop van Hebron in het Heilige Land, een herinnering aan de kruistochten (vergelijk glas 2).
De schenker had een bedenkelijke reputatie, verwoord in zijn bijnaam: “wijnbisschop” of ook “Droncken Claesken”. In 1568 werd hij wegens wangedrag uit zijn functie ontheven.

Samenhang:

De zeven glazen in de Van der Vormkapel zijn afkomstig uit het klooster der Regulieren aan de Raam in Gouda. Voordien was het convent gevestigd in het land van Stein. Erasmus verbleef daar van 1486 – 1491. Het klooster werd in 1577 aan de stad toegewezen. Bij de sloop in 1580 werden de glazen in de nog lege vensters 20 en 21 geplaatst aan de zuidkant van het koor. Ofschoon de zeven Glazen ook in artistiek opzicht niet detoneerden, vormden zij op deze wijze toch een verward en gedrongen geheel. Tijdens de restauratie werd hieraan een einde gemaakt. Nadat de sponsor Willem van der Vorm eerst de restauratie had betaald, maakte hij het ook mogelijk om in 1934 aan de noordoostzijde van het koor een kapel aan de kerk te laten bouwen. Hierdoor konden deze glazen beter tot hun recht komen, wat trouwens een voorwaarde van de financier was.

Opvallend is, dat de schenkers in de glazen 58 tot en met 61 naar rechts kijken en in de overige Glazen naar links. Allen in de richting van het altaar. Mede hierdoor wordt aangenomen, dat het oorspronkelijke plan voor de kloosterkapel meerdere glazen bevatte: (wanneer men naar de glazen staat toegekeerd) in het centrum de kruisiging met links daarvan mogelijk nog één glas en rechts nog twee extra Glazen om het geheel te completeren.

Bijbels citaat:

“Qui vult venire/post me abneget/semet ipsum et/tollat crucem suam et sequatur me.” (Die achter Mij wil komen, die moet zichzelf verloochenen en zijn kruis opnemen en Mij volgen (Luc. 9)).

Glazenier & Ontwerper:

Medewerker(s) uit de werkplaats van Dirck Crabeth, naar ontwerp van de meester. Door de beeldtraditie van de kruisdraging met zijn vaste elementen hebben de figuren in dit glas, in afwijking van de meeste andere oude glazen, iets stijfs.

Maten van het glas:

Hoog 3.95 m ; breed 1.22 m.

 zie details die vanaf de kerkvoer niet waarneembaar zijn

kijk rond en zie hoe groot de glazen zijn