Glas 62 | De Opstanding (ca 1557)

Van derVorm Kapel

In het glas is de opstanding weergegeven volgens Mattheus 28: 1-10.
In de rotspartij op de achtergrond is vaag een ingang te zien, die het rotsgraf suggereert waarin Jezus begraven was. Uit de stenen sarcofaag voor de rots rijst de opgestane Jezus op. Zijn hoofd wordt verlicht door een gouden stralenkrans. Zijn rechterhand maakt een zegenend gebaar; in Zijn linkerhand draagt Hij een gouden kruisstaf met een wapperende rode kruisvaan van de overwinning. De engel links achter Hem, die de steen weg had gewenteld en erop was gaan zitten, heeft eveneens een stralenkrans. Om de sarcofaag liggen vijf soldaten die zich bijna dood geschrokken zijn.
Op de achtergrond zien we in overeenstemming met het evangelie van Marcus drie vrouwen, te weten: Maria Magdalena, Maria Cleophas, de vrouw van Jacobus, en Salomé, die ’s morgens naar de graftombe komen om het lichaam van Jezus te balsemen.

In de benedenrand is de schenker afgebeeld. Zijn wapen bevindt zich in de top van het glas. Voor hem de tekst: “Deus Jhesum suscitavit.” (God heeft Jezus opgewekt).

Van derVorm Kapel

In het glas is de opstanding weergegeven volgens Mattheus 28: 1-10.
In de rotspartij op de achtergrond is vaag een ingang te zien, die het rotsgraf suggereert waarin Jezus begraven was. Uit de stenen sarcofaag voor de rots rijst de opgestane Jezus op. Zijn hoofd wordt verlicht door een gouden stralenkrans. Zijn rechterhand maakt een zegenend gebaar; in Zijn linkerhand draagt Hij een gouden kruisstaf met een wapperende rode kruisvaan van de overwinning. De engel links achter Hem, die de steen weg had gewenteld en erop was gaan zitten, heeft eveneens een stralenkrans. Om de sarcofaag liggen vijf soldaten die zich bijna dood geschrokken zijn.
Op de achtergrond zien we in overeenstemming met het evangelie van Marcus drie vrouwen, te weten: Maria Magdalena, Maria Cleophas, de vrouw van Jacobus, en Salomé, die ’s morgens naar de graftombe komen om het lichaam van Jezus te balsemen.

In de benedenrand is de schenker afgebeeld. Zijn wapen bevindt zich in de top van het glas. Voor hem de tekst: “Deus Jhesum suscitavit.” (God heeft Jezus opgewekt).

Schenkers:

Pater Robert Jansz., prior van het nonnenklooster van St. Margriet te Gouda.

Samenhang:

De zeven glazen in de Van der Vormkapel zijn afkomstig uit het klooster der Regulieren aan de Raam in Gouda. Voordien was het convent gevestigd in het land van Stein. Erasmus verbleef daar van 1486 – 1491. Het klooster werd in 1577 aan de stad toegewezen. Bij de sloop in 1580 werden de glazen in de nog lege vensters 20 en 21 geplaatst aan de zuidkant van het koor. Ofschoon de zeven Glazen ook in artistiek opzicht niet detoneerden, vormden zij op deze wijze toch een verward en gedrongen geheel. Tijdens de restauratie werd hieraan een einde gemaakt. Nadat de sponsor Willem van der Vorm eerst de restauratie had betaald, maakte hij het ook mogelijk om in 1934 aan de noordoostzijde van het koor een kapel aan de kerk te laten bouwen. Hierdoor konden deze glazen beter tot hun recht komen, wat trouwens een voorwaarde van de financier was.

Opvallend is, dat de schenkers in de glazen 58 tot en met 61 naar rechts kijken en in de overige Glazen naar links. Allen in de richting van het altaar. Mede hierdoor wordt aangenomen, dat het oorspronkelijke plan voor de kloosterkapel meerdere glazen bevatte: (wanneer men naar de glazen staat toegekeerd) in het centrum de kruisiging met links daarvan mogelijk nog één glas en rechts nog twee extra Glazen om het geheel te completeren.

Glazenier & Ontwerper:

Medewerker(s) uit de werkplaats van Dirck Crabeth, naar ontwerp van de meester.

Maten van het glas:

Hoog 3.80 m ; Breed 1.18 m.

 zie details die vanaf de kerkvoer niet waarneembaar zijn

kijk rond en zie hoe groot de glazen zijn