Glas 63 | De Hemelvaart (omstreeks 1557)

Van der Vorm Kapel

De voorstelling verbeeldt de Hemelvaart volgens Handelingen 1: 9-11. We zien op de voorgrond een eigentijdse afbeelding van de verbazing van de personen die achterblijven. Links boven in de top zijn de voeten en de zoom van Jezus’ kleed nog net zichtbaar. Op de ondergrond bevinden zich Zijn voetafdrukken. Links liggen Petrus en Maria geknield. Rechts van de heuvel de discipelen, waarvan er één op zijn knieën is gevallen.

In het onderste deel is de schenker afgebeeld, zijn wapens bevinden zich in de top van het glas.
Voor hem de tekst uit Handelingen 1: 9.

Van der Vorm Kapel

De voorstelling verbeeldt de Hemelvaart volgens Handelingen 1: 9-11. We zien op de voorgrond een eigentijdse afbeelding van de verbazing van de personen die achterblijven. Links boven in de top zijn de voeten en de zoom van Jezus’ kleed nog net zichtbaar. Op de ondergrond bevinden zich Zijn voetafdrukken. Links liggen Petrus en Maria geknield. Rechts van de heuvel de discipelen, waarvan er één op zijn knieën is gevallen.

In het onderste deel is de schenker afgebeeld, zijn wapens bevinden zich in de top van het glas.
Voor hem de tekst uit Handelingen 1: 9.

Schenkers:

Pater Willem Jacobsz., overste van het Clarissenklooster van St. Marie.

Meer informatie over Pater Willem Jacobsz op WikiPedia

Samenhang:

De zeven glazen in de Van der Vormkapel zijn afkomstig uit het klooster der Regulieren aan de Raam in Gouda. Voordien was het convent gevestigd in het land van Stein. Erasmus verbleef daar van 1486 – 1491. Het klooster werd in 1577 aan de stad toegewezen. Bij de sloop in 1580 werden de glazen in de nog lege vensters 20 en 21 geplaatst aan de zuidkant van het koor. Ofschoon de zeven Glazen ook in artistiek opzicht niet detoneerden, vormden zij op deze wijze toch een verward en gedrongen geheel. Tijdens de restauratie werd hieraan een einde gemaakt. Nadat de sponsor Willem van der Vorm eerst de restauratie had betaald, maakte hij het ook mogelijk om in 1934 aan de noordoostzijde van het koor een kapel aan de kerk te laten bouwen. Hierdoor konden deze glazen beter tot hun recht komen, wat trouwens een voorwaarde van de financier was.

Opvallend is, dat de schenkers in de glazen 58 tot en met 61 naar rechts kijken en in de overige Glazen naar links. Allen in de richting van het altaar. Mede hierdoor wordt aangenomen, dat het oorspronkelijke plan voor de kloosterkapel meerdere glazen bevatte: (wanneer men naar de glazen staat toegekeerd) in het centrum de kruisiging met links daarvan mogelijk nog één glas en rechts nog twee extra Glazen om het geheel te completeren.

Bijbels citaat:

“Videntibus illis in altum sublatus est et nubes/subduxit illum ab oculis eorum. Actorum 1.” (Hij werd opgenomen, terwijl zij het zagen en een wolk onttrok Hem aan hun ogen. Handelingen 1).

Glazenier & Ontwerper:

Medewerker(s) uit de werkplaats van Dirck Crabeth, naar ontwerp van de meester.

Maten van het glas:

Hoog 3.80 m ; breed 1.22 m.

 zie details die vanaf de kerkvoer niet waarneembaar zijn

kijk rond en zie hoe groot de glazen zijn