Glas 26 | Het ontzet van Samaria (1601)

Zuiderzijbeuk

Het opschrift op de cartouche geeft de verklaring van het onderwerp, namelijk het verband tussen het ontzet van Leiden in 1574 en het ontzet van Samaria in het jaar 5536 na de “Schep- ping” (907 voor Christus in de jaartelling destijds) als voorbeeld van redding door God welke in de tijd onveranderlijk is: “tot bewys van even ghelycke haerder stadt geschiet in den 5536 Jaer nae des werelts scheppinge ende 1574 nae Christi ons een- igen Heylandts gheboorte, in de welcke claerlicken blyckt zyn mogende handt in 2481 tussche beyde verloope jare geensins vercort te zyn”.

Samaria werd belegerd door de Syrische koning Benhadad. Volgens 2 Koningen 7: 6 e.v. had God de Syriërs het geluid laten horen van een groot leger in aantocht. De Syriërs werden hierdoor in de waan gebracht dat de Hethieten Samaria te hulp schoten, waardoor zij in allerijl op de vlucht sloegen. Deze overhaaste vlucht is op de voorgrond afgebeeld. Op de achtergrond zien we Samaria met de tenten van het Syrische leger. Op de achtergrond links voor de stadspoort gaan enkele melaatse mensen naar het kamp van de Syriërs. Rechts daarvan de koning van Israël op de stadsmuur die steun weigert aan een vrouw. Rechts bij de verlaten tenten de vier melaatsen die zich te goed doen aan het achtergelaten proviand en het tafelzilver stelen. Omdat zij begrijpen onrecht te doen, besluiten zij het vertrek van de Syriërs aan de stad te melden.
Op de achtergrond rechts opnieuw de vier melaatsen, die nu naar Samaria terugkeren om het ontzet te melden en rechts hiervan de vreugdevolle uittocht van de uitgehongerde inwo- ners van Samaria om eten te halen uit het legerkamp.

De parallel met het Leidens ontzet wordt andermaal bevestigd op de benedenrand in de cartouche. Twee engelen die op bazuinen blazen houden rechts het Leidse en links het Hollandse wapen vast. Aan weerszijden twee allegorische vrouwfiguren: Magt met “alle macht is alleen van Tgodlic vermogen” en Victoria met “Sheeren Werck is wonderlic In onsen Oogen”.

Zuiderzijbeuk

Het opschrift op de cartouche geeft de verklaring van het onderwerp, namelijk het verband tussen het ontzet van Leiden in 1574 en het ontzet van Samaria in het jaar 5536 na de “Schep- ping” (907 voor Christus in de jaartelling destijds) als voorbeeld van redding door God welke in de tijd onveranderlijk is: “tot bewys van even ghelycke haerder stadt geschiet in den 5536 Jaer nae des werelts scheppinge ende 1574 nae Christi ons een- igen Heylandts gheboorte, in de welcke claerlicken blyckt zyn mogende handt in 2481 tussche beyde verloope jare geensins vercort te zyn”.

Samaria werd belegerd door de Syrische koning Benhadad. Volgens 2 Koningen 7: 6 e.v. had God de Syriërs het geluid laten horen van een groot leger in aantocht. De Syriërs werden hierdoor in de waan gebracht dat de Hethieten Samaria te hulp schoten, waardoor zij in allerijl op de vlucht sloegen. Deze overhaaste vlucht is op de voorgrond afgebeeld. Op de achtergrond zien we Samaria met de tenten van het Syrische leger. Op de achtergrond links voor de stadspoort gaan enkele melaatse mensen naar het kamp van de Syriërs. Rechts daarvan de koning van Israël op de stadsmuur die steun weigert aan een vrouw. Rechts bij de verlaten tenten de vier melaatsen die zich te goed doen aan het achtergelaten proviand en het tafelzilver stelen. Omdat zij begrijpen onrecht te doen, besluiten zij het vertrek van de Syriërs aan de stad te melden.
Op de achtergrond rechts opnieuw de vier melaatsen, die nu naar Samaria terugkeren om het ontzet te melden en rechts hiervan de vreugdevolle uittocht van de uitgehongerde inwo- ners van Samaria om eten te halen uit het legerkamp.

De parallel met het Leidens ontzet wordt andermaal bevestigd op de benedenrand in de cartouche. Twee engelen die op bazuinen blazen houden rechts het Leidse en links het Hollandse wapen vast. Aan weerszijden twee allegorische vrouwfiguren: Magt met “alle macht is alleen van Tgodlic vermogen” en Victoria met “Sheeren Werck is wonderlic In onsen Oogen”.

Schenkers:

De stad Leiden is de schenker. Reeds in 1599 was een delegatie van het Leidse stadsbestuur in Gouda geweest om hun voorgenomen glasschenking te bespreken. Zoals bekend, werd Leiden voor haar volharding in 1575 beloond met de stichting van de universiteit, de eerste na de Reformatie in Nederland. Dat Leiden voor deze bijbelse parallel koos, wijst er tevens op dat onze voorouders aan het begin van de Gouden Eeuw zich wilden vereenzelvigen met het uitverkoren volk van Israël. De gereformeerden zochten een verklaring en legitimering voor hun vrijheid en welvaren. Zo werd de verlossing van Rome en Spanje vergeleken met de uittocht uit Egypte; de Oranjes met de Richteren. Het besef een uitverkoren natie te zijn hangt samen met het ongekende succes in velerlei opzicht van Holland in de Gouden Eeuw.

Glazenier & Ontwerper:

De Leidse glasschilder Cornelis Cornelisz. Clock maakte het Glas naar ontwerp van de Leidse burgemeester Isaac Claesz. van Swanenburg.

Maten van het glas:

Hoog 11.68 m ; breed 4.70 m.

 zie details die vanaf de kerkvoer niet waarneembaar zijn

kijk rond en zie hoe groot de glazen zijn